In Nederland groeien vooral de diploïde, kortarige Salicornia europea (ondersoort Salicornia ramosissima) en de tetraploïde, langarige Salicornia procumbens. De eerste groeit wat hoger op de kwelders en is minder zouttolerant. Hoewel deze twee soorten nog steeds vrij ruim in de Nederlandse natuur aanwezig zijn, worden ze nog maar weinig in het wild geoogst. Dit heeft vooral te maken met het feit dat ze meestal in kwetsbare natuurgebieden – kwelders en wadden – groeien waar strenge regels voor het snijden van zeekraal gelden. Daarom komt de meeste zomerzeekraal nu uit Frankrijk.

 

Vooral in Zeeland

In Nederland is commerciële veldteelt van zeekraal vooral in Zeeland te vinden. Momenteel zijn hier nog maar een paar innovatieve boeren bij betrokken en een verhoudingsgewijs beperkt landbouwareaal. Zeekraal en andere zilte gewassen worden vooral gezien als alternatieve teelten voor het steeds verder verziltende kustgebied – zie hiervoor ook www.ziltperspectief.nl – en vooruitlopend op een mogelijk strengere reglementering in Frankrijk. Deze telers werken met zaad dat in het wild op de kwelder wordt gewonnen (dus S. procumbens en/of S. ramosissima) of met een iets verder tot landbouwgewas ontwikkelde S. ramosissima variant die sinds enige tijd als zaad op de markt wordt gebracht.

De Zeeuwse zeekraal is verkrijgbaar in de periode juni, juli en augustus. Een enkele teler gebruikt vroeg in het voorjaar lage tunnelkassen om het seizoen te verlengen en vroeger op de markt te komen dan zijn collega-telers.

Familiebedrijven

Zoals het merendeel van de Nederlandse boeren, exploiteren deze telers familiebedrijven. Er wordt meestal zonder ingehuurde arbeid gewerkt. Zeekraal snijden gebeurt met de hand of in een enkel geval met een speciaal aangepaste oogstmachine.

In alle gevallen wordt gewerkt met brak kwelwater dat in Zeeland op tal van plekken verzilting veroorzaakt, met name in gebieden die vlak achter de dijken liggen. Het klimaat is een gematigd zeeklimaat. De bodem bestaat veelal uit lichte tot vrij zware klei, het grondwater is brak. De teelt vindt plaats in het open veld.

Zeekraalkwekerij Jan Poleij, Zeeland

Zeekraalkweker Hubrecht Jansen, Zeeland

Irrigatie

Er wordt op verschillende wijzen geïrrigeerd. De ene teler probeert zoveel mogelijk de situatie in het wild na te bootsen, de andere benadert de zeekraal teelt veel meer als die van een landbouwgewas. In het eerste geval wordt het veld van water voorzien door flood irrigation; hierbij staat het gedurende enige tijd volledig onder (brak) water.

Een andere irrigatiewijze wordt toegepast op een aaneengesloten akker die zichzelf aan het eind van het seizoen via natuurlijke opkomst als het ware opnieuw inzaait en dus ook niet telkens opnieuw wordt geploegd en gezaaid. Hier wordt gebruikgemaakt van druppelirrigatie en/of sprinklers; daarmee is het zoutgehalte van de bodem preciezer te regelen. Dan is het veld onderverdeeld in bedden, afgestemd op een jaarlijkse bewerking van het land. Ook voor mechanisch oogsten is dit een vereiste.

In beide gevallen wordt bemest; bestrijdingsmiddelen worden niet gebruikt.

Irrigatie met behulp van sprinklers

Fijn en fris

De Zeeuwse telers telen Salicornia europea (ramosissima), mogelijk gemengd met S. procumbens. Omdat in het jonge stadium het verschil niet zo duidelijk is, brengen de telers die als uitgangsmateriaal zaad van wilde planten gebruiken, waarschijnlijk beide soorten door elkaar op de markt. Een aantal telers gebruikt zaad van Scrops, een firma die uitsluitend zaad onder de naam S. europea verkoopt. Het product lijkt uiterlijk op de zeekraal die in Frankrijk in het wild wordt geoogst: een wat fijnere frisse zeekraal. De teelten zijn niet-biologisch, maar wel Global Gap gecertificeerd. De houdbaarheid wordt nogal beïnvloed door de weersomstandigheden – hoe natter, hoe korter houdbaar – en varieert daarom sterk.